Frans oefenen · NL ↔ FR

Word beter in Frans.

Oefen per lesmethode precies wat je op school hebt, of pak een algemeen onderwerp — met directe feedback en een echt cijfer als je een toets maakt.

Begin met oefenen Hoe werkt het?
11
sets
295
opgaven
1–10
cijfer

Algemeen oefenen

Grammatica, werkwoorden en woordenschat · 11 sets

Onregelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden30 opgaven

Onregelmatig — kies de juiste vorm

Meerkeuze: être, avoir, faire, vouloir, aller

Onregelmatige werkwoorden62 opgaven

Vertaal de vorm — onregelmatig

ik ben → je suis · wij hebben gehad → nous avons eu

Onregelmatige werkwoorden5 opgaven

être, avoir, faire, vouloir, aller — présent

De vijf onregelmatige rijtjes van de tegenwoordige tijd

Onregelmatige werkwoorden50 opgaven

Onregelmatige werkwoorden in zinnen

être, avoir, faire, vouloir, aller — présent en passé composé

Onregelmatige werkwoorden5 opgaven

être, avoir, faire, vouloir, aller — passé composé

j'ai été, j'ai eu, j'ai fait, j'ai voulu — en je suis allé(e)

Regelmatige werkwoorden (-er, -re)

Regelmatige werkwoorden (-er, -re)32 opgaven

-er en -re — kies de juiste vorm

Meerkeuze: welke vorm hoort bij het onderwerp?

Regelmatige werkwoorden (-er, -re)20 opgaven

Werkwoorden op -er — présent

regarder, parler, habiter… het rijtje van de tegenwoordige tijd

Regelmatige werkwoorden (-er, -re)12 opgaven

Werkwoorden op -re — présent

vendre, attendre, répondre… het rijtje van de tegenwoordige tijd

Regelmatige werkwoorden (-er, -re)48 opgaven

-er en -re in zinnen

Vul de juiste vorm in: présent of passé composé

Regelmatige werkwoorden (-er, -re)20 opgaven

Werkwoorden op -er — passé composé

j'ai regardé, tu as regardé… avoir + participe passé op -é

Regelmatige werkwoorden (-er, -re)11 opgaven

Werkwoorden op -re — passé composé

j'ai vendu, tu as vendu… avoir + participe passé op -u

Hoe werkt het

Drie stappen

  1. 01

    Kies een set

    Pak een onderwerp uit de inhoudsopgave dat past bij wat je leert op school.

  2. 02

    Oefen met feedback

    Vul je antwoord in en controleer het meteen. Fout? Je ziet direct het goede antwoord.

  3. 03

    Maak de toets

    Test jezelf zonder hints. Aan het eind krijg je je score én een Nederlands cijfer.