Onregelmatig — kies de juiste vorm
Meerkeuze: être, avoir, faire, vouloir, aller
Frans oefenen · NL ↔ FR
Oefen per lesmethode precies wat je op school hebt, of pak een algemeen onderwerp — met directe feedback en een echt cijfer als je een toets maakt.
Meerkeuze: être, avoir, faire, vouloir, aller
ik ben → je suis · wij hebben gehad → nous avons eu
De vijf onregelmatige rijtjes van de tegenwoordige tijd
être, avoir, faire, vouloir, aller — présent en passé composé
j'ai été, j'ai eu, j'ai fait, j'ai voulu — en je suis allé(e)
Meerkeuze: welke vorm hoort bij het onderwerp?
regarder, parler, habiter… het rijtje van de tegenwoordige tijd
vendre, attendre, répondre… het rijtje van de tegenwoordige tijd
Vul de juiste vorm in: présent of passé composé
j'ai regardé, tu as regardé… avoir + participe passé op -é
j'ai vendu, tu as vendu… avoir + participe passé op -u
Pak een onderwerp uit de inhoudsopgave dat past bij wat je leert op school.
Vul je antwoord in en controleer het meteen. Fout? Je ziet direct het goede antwoord.
Test jezelf zonder hints. Aan het eind krijg je je score én een Nederlands cijfer.