← Inhoudsopgave

Regelmatige werkwoorden (-er, -re) · uitleg

Werkwoorden op -re — présent

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Regelmatige werkwoorden op -re (vendre, attendre, répondre…) volgen het patroon van vendre (verkopen). Haal -re van het hele werkwoord af voor de stam. De uitgangen lijken op die van -er, behalve in het enkelvoud: -s, -s en bij il / elle / on helemaal geen uitgang.

In het enkelvoud klinken alle drie de vormen hetzelfde (je vends, tu vends, il vend); in het meervoud hoor je de d wél: nous vendons, ils vendent.

Vorm stam + s · s · – · ons · ez · ent — vendre → vend- → je vends, il vend, nous vendons

De uitgangen

  • je vends — ik verkoop
  • tu vends — jij verkoopt
  • il / elle / on vend — hij / zij / men verkoopt
  • nous vendons — wij verkopen
  • vous vendez — jullie verkopen / u verkoopt
  • ils / elles vendent — zij verkopen

Il / elle / on: alleen de stam

Geen uitgang, dus de vorm eindigt op -d.

  • il vend
  • elle attend le bus
  • on répond

Veelgebruikte -re-werkwoorden

attendre (wachten), entendre (horen), répondre (antwoorden), perdre (verliezen), rendre (teruggeven), descendre (naar beneden gaan), défendre (verdedigen).

  • j'attends — tu attends
  • nous répondons
  • ils perdent

Let op je + attendre / entendre → j'attends, j'entends (klinker). Niet elk werkwoord op -re is regelmatig: prendre, mettre, dire, écrire en lire hebben eigen rijtjes.