← Inhoudsopgave

Onregelmatige werkwoorden · toets

être, avoir, faire, vouloir, aller — passé composé

Beantwoord alle 5 vragen en lever in. Geen hints, geen tussentijdse feedback — net als bij een echte overhoring.

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets
Vraag 1

être (zijn) — passé composé

Vraag 2

avoir (hebben) — passé composé

Vraag 3

faire (doen / maken) — passé composé

Vraag 4

vouloir (willen) — passé composé

Vraag 5

aller (gaan) — passé composé (met être)

Je antwoorden worden nagekeken op de server.